Weerstand als tegenwerkende factor bij herstel
Ik zat op de bank en dacht: nu moet ik nog trainen.
Dat is niet mijn normale gedachte.
Normaal denk ik: joepie, ik mag gaan trainen. Ik heb er zin in.
Maar dit was net voor de vakantie. Ik was moe. Moe van het veel doen, van de ballen die ik de lucht in had gehouden. En op de bank zat ik met één gedachte die maar bleef hangen.
Nu moet ik nog trainen.
Moeten. Niet willen. Moeten!
Ik merkte het meteen. Dit was weerstand. En ik ken weerstand. Het is de grootste tegenwerkende factor in herstel die ik bij mijn cliënten zie. In lichamelijke vorm, in mentale vorm, in emotionele vorm.
En nu zat ik er zelf middenin.
Ik vroeg mezelf af: wil ik eigenlijk wel trainen?
En hoe moe ik ook was, het antwoord was ja. Ergens wilde ik het wel. Het voelde goed. Het was de laatste training voor de zomerstop.
Maar de moe-trein in mijn hoofd reed gewoon door. Luid en duidelijk.
Hoe kun je negatieve gedachten verschuiven zonder ze weg te duwen
Drie pogingen om de weerstand te doorbreken
Dus toen ik op de fiets stapte, zei ik tegen mezelf: doe wat je ook met je cliënten doet.
Gedachten die steeds terugkomen bepalen mede hoe je je voelt. En die gedachten kun je onderzoeken. Niet wegduwen. Niet forceren. Maar verschuiven naar iets wat beter voelt.
Ik begon te zoeken.
Eerste poging.
“Het is maar één training. Haal er alles uit.”
Ik voelde mijn lijf meteen. Dit was het niet. Alles eruit halen terwijl ik al moe was. Dat voelde als persen. En persen terwijl je leeg bent is vragen om een blessure. En daarmee van de regen in de drup. Deze gedachte maakte mijn lijf alleen maar zwaarder.
Tweede poging.
“Ik houd van trainen. Ik kan niet altijd een topprestatie neerzetten. Topsporters hebben ook slechte dagen.”
Iets beter. Ik voelde een klein beetje ruimte. Maar nog niet genoeg. De weerstand zat er nog.
Derde poging.
“De helft van beter worden is zorgen dat je er bent en meedoet. Dus ik ben er. En ik doe wat ik kan, wat ik nú kan.”
Daar was het.
Wat je lichaam je verteld als je de juiste gedachte vindt
Ik voelde mijn lichaam ontspannen. Niet een beetje. Echt ontspannen. De weerstand was eraf. De vermoeidheid was niet weg, maar minder belangrijk geworden. Minder op de voorgrond.
Ik werd er blijer van.
Ik kwam aan bij de training. Mijn trainer vroeg hoe het ging.
“Ik ben er en doe wat ik nu kan,” zei ik.
Verbaasd keken de anderen me aan. Ik legde kort uit dat dit mijn mantra was voor deze laatste training voor de zomer.
Was het de beste training ooit? Zeker niet.
Maar ik was er. Ik deed wat ik kon.
En ik kon meer dan ik dacht.
Gedachten lichter maken als vorm van herstel
Dit is precies wat ik ook bij mijn cliënten zie.
Gedachten die steeds terugkomen bepalen mede hoe je je voelt. En die gedachten zijn niet vast. Ze zijn verschuifbaar.
Niet door ze weg te duwen. Niet door jezelf te overtuigen dat alles goed is. Maar door te zoeken naar een gedachte die iets lichter voelt. Iets milder. Iets waarmee je lichaam kan ontspannen.
Al is het maar een heel klein beetje.
Want dat kleine beetje is al een verschuiving. En een verschuiving heeft meer impact dan je denkt.
Herken jij gedachten die je niet verder helpen? Die steeds terugkomen en je zwaarder maken in plaats van lichter?
Dan wil ik je uitnodigen om ze eens te onderzoeken. Niet om bepaalde gedachtes weg te duwen. Maar om te zoeken of er éen is die iets beter voelt. En voel dus vooral hoe je lichaam reageert als je die gedachte denkt.
Opluchting. Ontspanning. Ruimte.
Al is het maar een klein beetje. Dan ben je op de goede weg.
Vind jij het lastig om hiermee te oefenen? Deze vakantieperiode is er nog wat ruimte in mijn agenda om dit onder mijn begeleiding te doen. Stuur me een bericht voor de mogelijkheden.
Of schrijf je in voor de eerst volgende workshop ‘De 5 stappen naar een beter herstel’. Deze vinden plaats op dinsdag 22 september (klachten na borstkanker) en donderdag 29 oktober (langdurige klachten).