Het is bijna vakantie. En ik merk dat ik moe ben.

Niet de moeheid die iets verkeerds aangeeft.

De andere moeheid. De moeheid die zegt: je hebt veel gedaan. Het mag nu even minder.

De afgelopen periode was vol. Workshops, cliënten, blogs, posts, gesprekken. Ik heb ervan genoten. Echt. Maar ik merk nu dat mijn lichaam begint te vragen om iets anders.

Rust. Gewoon rust.

 

En eerlijk gezegd vind ik rust nog niet altijd makkelijk.

Want er is altijd wel iets wat aandacht vraagt. Iets wat nog gedaan kan worden. Iets wat ik nog wil zeggen of delen.

Maar mijn lichaam is duidelijk. Het zegt: niet nu. Nu eerst dit.

Ik herken hierin iets wat ik ook bij zoveel vrouwen zie die bij me komen.

Die moeite om te stoppen. Om echt te landen. Om rust te nemen zonder het gevoel dat je iets mist of tekortschiet.

Rust voelt soms als stilstaan. En stilstaan voelt soms als achteruitgaan.

Maar dat is het niet.

 

Rust is geen gat in je agenda.

Rust is de plek waar je systeem bijkomt van alles wat het heeft gedragen.

En een systeem dat nooit bijkomt, kan ook nooit verder herstellen.

Dat geldt voor mij. En het geldt voor jou.

Wat ik de komende weken ga doen is heel simpel.

Niets wat moet. Veel wat fijn is. Slapen als ik moe ben. Bewegen als het voelt. Stilzitten als dat fijner is.

En mijn lichaam laten bepalen wat het nodig heeft.

Dat is voor mij geen luxe. Dat is noodzaak.

Want als ik niet goed voor mezelf zorg, kan ik ook niet goed voor mijn cliënten zorgen.

En dat weet jij eigenlijk ook.

 

Dat als jij leeg bent, je niets meer te geven hebt.

Niet aan jezelf. En niet aan de mensen om je heen.

Misschien herken jij dit gevoel.

Dat je moe bent na een periode van veel doen. Dat je weet dat rust nodig is. Maar dat het er toch niet echt van komt.

Dat er altijd wel iets is wat tussendoor komt. Of dat rusten voelt als iets wat je moet verdienen.

Dan wil ik je dit meegeven, (en mezelf ook telkens weer).

Rust is geen beloning voor wat je hebt gedaan. Rust is wat je lichaam nodig heeft om door te kunnen gaan met wat er nog komt.

Je hoeft het niet te verdienen.

Je mag het gewoon nemen.

Ik ga dat de komende weken doen. En ik gun het jou ook.

Fijne vakantie. Of gewoon een fijne week. Met iets meer ruimte dan anders.