Staan voor jezelf: waarom je lichaam vaak meer weet dan je hoofd

Op dinsdagen zie ik cliënten in de praktijk.
Vandaag waren het in de ochtend vier vrouwen. Vier verschillende verhalen.
En toch kwam bij alle vier hetzelfde thema naar boven:

Staan voor jezelf.

Niet op een grote, stoere manier.
Maar op die stille plek waar herstel begint.

Wanneer je lichaam tijd nodig heeft om te herstellen,
wordt er vaak veel gezegd over wat goed voor je is of kan zijn.
Door artsen, therapeuten, vriendinnen, familie, de buurvrouw,
allemaal met de beste bedoelingen.

En toch is er één ding dat niemand voor je kan bepalen:
wat er écht bij jou past.

Dat weet alleen jij.
Of beter gezegd: jouw lichaam weet het vaak al.

Het moment waarop het klikt

Met één van de vrouwen deed ik vandaag een eenvoudige oefening.
Haar vraag was helder en tegelijk spannend:

“Als ik me nog beter wil voelen dan dit… wat heb ik dan nodig?”

In plaats van erover na te denken, nodigde ik haar uit om te voelen.

Ze ging stevig staan.
Voelde haar voeten op de grond.
Haar adem die in en uit haar lichaam bewoog.
En pas toen ze echt aanwezig was in haar lijf, stelde ze zichzelf een paar vragen.

Eerst een simpele:
“Is mijn naam …?”

Haar lichaam ontspande en bewoog licht naar voren.

Daarna:
“Is mijn naam …?” (de naam van haar zus)

Ze wiebelde. Haar lichaam ging iets naar achteren.

Zonder uitleg wist ze het ineens:
zo voelt mijn ‘ja’ en zo voelt mijn ‘nee’.

Dat was het moment waarop er iets verschoof.

Minder denken, meer afstemmen naar herstel

Van daaruit stelde ze haar echte vraag:
“Zou een familieopstelling mij kunnen helpen om nog steviger voor mezelf te staan?”

Haar lichaam bewoog meteen naar voren.
Een duidelijke ja.

De vervolgvraag:
“Moet ik nu actief op zoek naar iemand die dit aanbiedt?”

Ze zwiepte bijna naar achteren.
Een even duidelijk nee.

Toen kwam de derde vraag:
“Kan ik erop vertrouwen dat de juiste persoon op het juiste moment op mijn pad komt?”

Haar schouders zakten.
Haar adem werd rustiger.
Ze glimlachte.

“Dit voelt zo goed,” zei ze. “Dit is een ja.”

Voor haar, iemand die veel nadenkt,
was dit geen zware oefening.
Het voelde licht. Bijna speels.
En vooral: kloppend.

Wat hier eigenlijk gebeurt

Deze oefening gaat niet over het krijgen van antwoorden.
Ze gaat over het versterken van de verbinding met jezelf.

Over leren voelen:

  • wat voedt me?
  • wat heb ik nodig?
  • wat is nu helpend en wat niet?

Dat is essentieel als je herstellende bent.
Want herstel vraagt niet dat je harder je best doet,
maar dat je leert luisteren op een andere laag.

Als je niets voelt

Soms gebeurt er trouwens helemaal niets.
Ook dat is een antwoord.

Het lichaam zegt dan vaak:
“Dit is nu niet belangrijk.”
of
“Ik weet het nog niet.”

Dan kun je de vraag iets anders stellen.
Of simpelweg vragen:
“Is dit nu van belang?”

Zonder te forceren.

Steviger, lichter, meer in het moment

De vrouwen die vanmorgen de deur uitliepen,
stonden letterlijk steviger.
Ze waren lichter.
Meer in het nu.

En dat is wat ik jou ook gun in jouw herstel.
Niet alles tegelijk.
Maar telkens een stapje.

Steviger.
Lichter.
En meer in verbinding met jezelf.